Naar de inhoud
Storing? Dag en nacht bereikbaar, in heel Nederland: Storing, 24/7: +31 43 204 18 26 Een winkel van PowerNexx, uw elektricien

Prijzen inclusief btw. Zelf plaatsen of door mij laten doen.

Aardlekschakelaar aansluiten: hoe het hoort en waarom het geen klusje is

Leestijd ongeveer 7 minuten

De aardlekschakelaar zit tussen de hoofdschakelaar en de groepen. Fase en nul gaan er bovenlangs in en onderlangs weer uit naar de automaten en de nulrail. De kritieke fout is de nul: elke groep moet zijn nul terugkrijgen via dezelfde aardlek waar hij zijn fase vandaan haalt. Doet u dat niet, dan slaat de boel er direct uit of, erger, hij beveiligt niet.

Voor wie is dit artikel Dit is vakinhoudelijke uitleg voor mensen die willen begrijpen hoe het zit, en voor collega-installateurs. Het is geen instructie om het zelf te doen. In een groepenkast blijft de aansluiting vanaf de hoofdzekering onder spanning, ook als alle automaten uit staan. Werk hier alleen als u aantoonbaar vakbekwaam bent volgens NEN 3140.

Waar hij in de keten zit

De volgorde in een woningkast is altijd:

  1. Hoofdaansluiting en hoofdzekering (van de netbeheerder, verzegeld)
  2. Kilowattuurmeter
  3. Hoofdschakelaar
  4. Aardlekschakelaar of aardlekschakelaars
  5. Installatieautomaten per groep
  6. De vaste installatie het huis in

Elke aardlekschakelaar bewaakt de groepen die erachter hangen. Maximaal vier eindgroepen per aardlek, dat volgt uit NEN 1010. Zie ook aparte groepen toepassen.

Schema van de volgorde in een groepenkast

Hoe hij werkt, kort

Binnenin zit een stroomtransformator waar de fase en de nul beide doorheen lopen. Bij een normale kring is de stroom heen precies gelijk aan de stroom terug, dus het magnetische veld heft elkaar op.

Lekt er stroom weg naar aarde, dan komt er minder terug via de nul dan er via de fase in ging. Dat verschil wekt een spanning op in een detectiespoel, en die trekt het relais los. Bij 30 milliampère verschil schakelt hij binnen enkele honderdsten van een seconde af.

Dit is meteen de reden waarom de nul zo kritisch is: als de nul van een groep via een andere aardlek terugloopt, ziet de schakelaar een verschil dat er niet is en klapt hij eruit. Of andersom, en dan meet hij een lek niet.

De aansluiting stap voor stap

  1. Kast spanningsvrij maken en controleren. Let op: alleen het deel achter de hoofdschakelaar wordt spanningsvrij. Vóór de hoofdschakelaar blijft er spanning staan. Meten, niet aannemen.
  2. Op de DIN-rail klikken. Meestal links in de rij, met de bijbehorende automaten rechts ervan.
  3. Voeding aansluiten op de bovenklemmen. Fase en nul komen vanaf de hoofdschakelaar. Doorsnede volgt de aansluitwaarde, meestal 10 of 16 mm². Adereindhulzen op elke ader, zie bedrading in de groepenkast.
  4. Uitgangen aansluiten op de onderklemmen. De fase gaat naar de kamrail die de automaten van deze aardlek voedt. De nul gaat naar een aparte nulrail die alléén bij deze aardlek hoort.
  5. Per aardlek een eigen nulrail. Dit is het punt. Elke aardlek krijgt zijn eigen nulklemmenblok en de groepen achter die aardlek gebruiken uitsluitend die nulrail.
  6. Aanhaalmomenten volgens fabrikantopgave. Met een momentschroevendraaier, niet op gevoel.
  7. Doormeten en testen. Isolatieweerstand, doorverbinding van de beschermingsleiding, en de aardlek zelf meten op afschakelstroom en afschakeltijd met een aardlektester.
  8. Groepenkaart bijwerken.

De vier fouten die het vaakst gemaakt worden

1. Nullen door elkaar. Verreweg de meest voorkomende. Groep 5 haalt zijn fase van aardlek B maar zijn nul komt op de nulrail van aardlek A. Symptoom: de aardlek slaat eruit zodra die groep belast wordt, of hij blijft staan terwijl er wel een lek is. Dit gebeurt bijna altijd bij het uitbreiden van een bestaande kast, wanneer iemand de eerste vrije nulklem pakt die hij ziet.

2. Meer dan vier groepen achter één aardlek. Toegestaan is vier. Meer betekent dat er bij een storing een groot deel van het huis tegelijk uitvalt, en dat het lastiger wordt de oorzaak te vinden.

3. Te licht gedimensioneerde voeding. De aardlek moet minstens de nominale stroom van de hoofdschakelaar aankunnen. Een 40A aardlek achter een 63A hoofdschakelaar is fout.

4. Verkeerd type. Type AC mag niet meer in nieuwe installaties. Type A is de basis. Bij laadpalen en sommige omvormers is type B of een paal met eigen DC-detectie nodig, zie laadpaal thuis: 1-fase of 3-fase.

Aardlekschakelaar of aardlekautomaat

Aardlekschakelaar Aardlekautomaat
Beveiligt tegen lekstroom ja ja
Beveiligt tegen overbelasting en kortsluiting nee ja
Modules 2 per stuk, bewaakt max 4 groepen 1 per groep
Bij een storing valt uit alle groepen erachter alleen die ene groep
Materiaalkosten lager hoger
Bedradingsfouten met de nul risico aanwezig niet mogelijk

Aardlekautomaten zijn duurder maar praktisch beter, en de klassieke nulfout kan er niet mee gemaakt worden. Bij mij is dat de standaard tenzij de klant iets anders wil.

Een winkel van PowerNexx. Vragen? Mail naar info@powernexx.nl of bel 043 204 18 26.

Bellen Winkelwagen