Beltrafo: waarvoor hij dient en waarom uw deurbel het niet doet
Leestijd ongeveer 6 minuten
Een beltrafo zet 230 volt om naar een lage spanning, meestal 8 of 12 volt, waar uw deurbel op werkt. Doet uw bel het niet, dan is het in volgorde van waarschijnlijkheid: de beldrukker, de bel zelf, de bedrading, en pas als laatste de trafo. Meet eerst of er spanning uit de trafo komt.
Voor wie is dit artikel De lagespanningskant van een belinstallatie is ongevaarlijk en daar kunt u zelf aan meten. De kant van 230 volt, dus de aansluiting van de trafo in de groepenkast, is werk voor een installateur.
Wat hij doet
Een deurbel werkt niet op 230 volt. Dat zou levensgevaarlijk zijn bij een drukker die iedereen buiten kan aanraken, vaak in de regen. Daarom zit er een transformator tussen die de netspanning omzet naar een veilige lage spanning.
Gangbare uitgangsspanningen:
| Spanning | Typische toepassing |
|---|---|
| 8 V | Klassieke enkeltonige bel of gong |
| 12 V | Gongs, sommige videodeurbellen, ledverlichting bij de drukker |
| 24 V | Zwaardere gongs, sommige intercomsystemen, deuropeners |
Naast de spanning is het vermogen belangrijk, uitgedrukt in VA. Een simpele bel heeft genoeg aan 4 tot 8 VA. Een gong met een verlichte drukker en een deuropener trekt meer. Een te lichte trafo geeft een bel die zwak klinkt of een deuropener die niet klikt.
Kijk altijd wat uw bel of gong vraagt voordat u een trafo koopt. Dat staat op het typeplaatje of in de handleiding.

Waar hij zit
In moderne installaties zit de beltrafo op de DIN-rail in de groepenkast, meestal 1 tot 2 modules breed. Aan de ene kant 230 volt vanaf een groep, aan de andere kant de laagspanning naar de drukker en de bel.
In oudere installaties hangt hij soms los in de meterkast, in de gangkast of zelfs op zolder. Dat is een van de redenen dat mensen hem niet kunnen vinden als de bel het niet doet.
Tip: noteer op de groepenkaart waar de beltrafo zit. Dat scheelt de volgende keer zoeken.
Uw bel doet het niet: zo zoekt u
Ga in deze volgorde. De meeste storingen zitten bij punt 1 of 2.
1. De beldrukker. Verreweg de meest voorkomende oorzaak. Hij zit buiten, krijgt regen, vorst en vingers. De contacten corroderen of het veertje breekt. Haal het knopje van de muur en houd de twee draadjes even tegen elkaar. Rinkelt de bel? Dan is de drukker stuk. Een nieuwe kost een paar euro.
2. De bel of gong zelf. Een mechanische gong kan vastlopen door stof of doordat iemand er ooit tegenaan is gestoten. Een elektronische gong kan gewoon stuk zijn.
3. De bedrading. Beldraad is dun en wordt vaak los langs plinten of achter kozijnen gelegd. Een schroef door de draad tijdens een klus is een klassieker. Meet de doorgang met een multimeter.
4. De trafo. Meet met een multimeter op wisselspanning aan de laagspanningskant. Staat er 8 of 12 volt op? Dan werkt de trafo. Staat er niets, dan is de trafo stuk of krijgt hij geen 230 volt.
5. De groep waar de trafo op zit. Soms is het simpelweg de automaat die eruit staat, of de trafo hangt op een groep die om een andere reden is uitgeschakeld. Staat er een hele groep uit, kijk dan bij aardlekschakelaar slaat eruit.

Vervangen door een videodeurbel
Steeds vaker de vraag. Twee dingen om te weten:
De meeste videodeurbellen werken op 12 tot 24 volt en hebben aanzienlijk meer vermogen nodig dan een klassieke bel. Uw bestaande trafo van 8 volt en 4 VA gaat dat niet trekken. Er moet dus vrijwel altijd een zwaardere trafo in.
De bestaande beldraad is soms bruikbaar. Als er twee aders liggen en de afstand is beperkt, kunt u die vaak hergebruiken voor de voeding. Voor het videosignaal geldt dat niet: dat gaat bij de meeste systemen over wifi, en bij bekabelde intercomsystemen over een eigen kabel.
Wilt u een echt video-intercomsysteem in plaats van een consumentendeurbel, dan is dat een ander verhaal. Dat doe ik regelmatig bij VvE's en appartementencomplexen.
Een winkel van PowerNexx. Vragen? Mail naar info@powernexx.nl of bel 043 204 18 26.
